Vandaag hebben we een lange rit voor de boeg, dus we gaan om acht uur al vertrekken. De wekker gaat vroeg af, en als we gedoucht en aangekleed zijn dalen we af voor het ontbijt. Beneden aangekomen blijkt het personeel nog niet klaar te zijn. Als er meer gasten arriveren komen ze op de bekende chaotische manier in beweging. Koffie of thee en een bord met fruit, daarna volgen de borden met broodjes en koek. En dan komt de grote verwarring want er zijn meerdere manieren om een ei klaar te maken. Gebakken, omelet, scrambled, Engels, wie had nu wat besteld? Ehhhhh….. Het lijstje met bestellingen klopt totaal niet. Was dit soms het lijstje van gisteren of zo? Het personeel loopt vruchteloos met bordjes langs de tafels heen en weer om hun ei te slijten en het eind van het liedje is dat diverse mensen pas een half uur later hun bestelde ei krijgen.

Benjamin is jarig vandaag, en de bus is versierd met slingers en balonnen, en er wordt voor hem gezongen.

Aangezien we vandaag vroeger zijn dan de afgelopen dagen komen we midden in het spitsuur terecht. Er zijn diverse tentjes waar men snel een espresso en een klein ontbijtje nuttigt.


Het busstation staat vol met mensen en de bussen rijden af en aan.


Er zijn simpelweg niet voldoende bussen om iedereen te vervoeren dus is het een hele uitdaging om een plaatsje in de bus te bemachtigen. Gelukkig zijn er ook nog alternatieven die de busdiensten aanvullen, elk met hun eigen prijs en service-niveau. Achterop de taxi-motor is het snelste en duurste vervoer (30 local pesos per rit), dan komen de prive bussen (omgebouwde vrachtwagens, 10 local pesos) en de paard-en-wagen taxi's en tenslotte de overvolle en bussen van de overheid (40 cent per rit). De bestuurders van de taxi-motors en de vrachtwagen-bussen moeten een vergunning van de overheid aanvragen waar ze per maand voor moeten betalen, en de prijzen voor de klanten liggen vooraf vast.

En we zijn weer op weg.


Dit rail-verhikel heeft blijkpaar panne: Hij moet door een graafmachine op een zijspoor worden gerangeerd.

Daar is de spoorbrug weer. Nu zonder tegenlicht, dus kan je tenminste een fatsoenlijke foto nemen.

Nee de man is niet met gevaar voor eigen leven bovenop de brug geklommen. In Nederland rijden de treinen meestal door zo'n vakwerkbrug, maar hier rijdt de trein over de vakwerkbrug. De man volgt dus gewoon de spoorbaan.


Bij een korte stop konden we deze prachtige plaatjes maken.

De man was super aardig en nam alle tijd voor het poseren voor de fotografen.

Wat doen die jongens daar in de verte? Even inzoomen ... hmmmm.

Nog maar wat verder inzoomen ... aha ze zijn gewoon aan het honkballen.

De lunch gaan we gebruiken in Camaguey. Vooraf neemt Mabel de de bestellingen op zodat de keuken voorbereidt is.

De lobby van hotel Camaguey ziet er wel goed uit, maar een bezoek aan het toilet voorspelt niet veel goeds: Smerig en verwaarloost. Affijn, maar naar boven naar het restaurant.

Iedereen zoekt een plaatsje
en de drankjes worden opgenomen door een totaal ongeinterreseerde medewerker.
De beloofde wijn blijkt niet voorradig, dus neemt Wil maar koffie.
Het uitserveren van het brood gaat chaotisch. Als de eersten beginnen te eten
blijkt het brood volkomen uitgedroogd te zijn. Het lijkt wel of het al een uur
in de keuken heeft gestaan. Velen eten dus allen maar het beleg.

Marcel heeft broodje porc besteld, en dat is door het personeel vertaald in broodje ham. Jammer dan, dat mag terug. Na tien minuutjes komt dan toch het broodje varken. Het vlees is warm, maar de patat is koud. Bij de eerste hap is al duidelijk dat dit brood aan de buitenkant ook volledig uitgedroogd is. Heeft men de ham van het brood afgeschoven en vervangen door het varkensvlees? Het brood wordt resoluut aan de kant gelegd en het varkensvlees wordt opgegeten. Aangezien er zo veel klachten zijn gaat Mabel verhaal halen bij het pesoneel in de keuken. Resultaat is dat alleen de drankjes betaald hoeven te worden.

Deze fiasco-lunch wordt een beetje goedgemaakt doordat Mabel als verassing voor de jarige Benjamin in Santiago de Cuba een verjaardagstaart bij
de banketbakker heeft gehaald.
Kaarsjes waren er niet, dus het personeel heeft maar lucifers in de taart geprikt. Ieder neemt een flink stuk taart zodat we niet met honger de bus in hoeven.

We komen in Sancti Spiritus aan als het donker is. Het blauwe en het gele gebouw horen beide tot het hotel en lopen een flink eind door naar achteren.

In het hotel krijgen we een welkomstdrankje (Cuba Libre) en ontvangen we onze kamersleutel.

Het hotel is samengestelt
uit meerdere gebouwen en is daarom vrij groot. De binnentuin is leuk en kunstzinnig
aangelegd. (De mevrouw rechts hoort niet bij de inboedel.
)


De kamer is ruim en schoon, net als de rest van het gebouw. De airco voert een ongelijke strijd tegen de warmte vanwege de vele gaten en kieren in het kozijn waardoor de warme buitenlucht ongehinderd naar binnen kan stromen. (Dus ook als de balkondeuren dicht zijn!) Je hoort dus ook duidelijk al het verkeer wat vlak onder ons balkon voortraast.

Vanaf het balkon heb je een mooi uitzicht op het Parque Serafín Sánchez.

We hebben geen zin om de stad in te gaan om een restaurant op te zoeken, dus we dineren in het hotel.

De wandversiering in het restaurant is geen behangetje of zo maar helemaal met de hand geschilderd. Geweldig!

De maaltijd smaakt prima, en de fles wijn is in een ommezien leeg.

Er zijn meerdere leden van het reisgezelschap die in het hotel blijven, en er hangt al snel een gezellige sfeer. Een bandje geeft een optreden om alles te omlijsten.

Na het avondeten gaan we
met zijn allen naar de binnentuin om nog wat na te praten en een drankje te
drinken.
Na enige tijd wensen we iedereen goede nacht toe en gaan naar bed.